Alle mensen bezitten geloof: de één in God, de ander in zichzelf, weer een ander in de wetenschap, enzovoort.
Geloof is dus niet alleen religie, maar de basiszekerheid waarop je je je bestaan bouwt.
| Wittgenstein: | "Om te kunnen twijfelen, moet je ook ergens zeker van zijn" (over het scepticisme); denk aan Descartes: dubito ergo cogito ergo sum, alhoewel Descartes gewoon bleef ademen, en dus geloofde dat dat nodig was, en hij bleef eten, en geloofde dus dat de dingen die hij at echt waren. |
Dooyeweerd onderscheidt vier grondmotieven:
| (vorm vs. materie) | |
| (kenbaarheid uit natuur (wat kunnen we uit onszelf uit de natuur weten) vs. kenbaarheid uit genade (wat kunnen we alleen door genade weten?)) | |
| (persoonlijkheidsideaal/ vrijheidsmotief vs. wetenschapsideaal/ beheersingsmotief) | |
| (-) |
Alleen de laatste wordt niet gekenmerkt door innerlijke dialectiek (in gewoon Nederlands: innerlijke tegenstellingen/spanning): de tegenstellingen zijn hierboven aangegeven tussen haakjes
Hoe komt het dat de andere grondmotieven gevangen zitten in die dialectiek? De eerste en laatste zekerheid wordt niet gebaseerd op God die de schepping transcedeert maar op iets in de schepping dat vergoddelijkt wordt (verabsolutering van dat iets; Lat. absolvere). Als je iets uit de schepping verabsoluteert wreekt zich dat: het roept zijn eigen tegenkracht op (Freark: het is ook cirkelachtig: iets uit de schepping stellen boven de schepping en dus boven zichzelf?).
Kijk naar het humanisme: de vrije persoonlijkheid is het allesoverheersende ideaal, maar dan komt de mens erachter dat hij niet vrij en autonoom is: de wetenschap moet hierin een oplossing brengen, maar dit resulteert ook in onderzoek naar de afhankelijkheid van de mens, om dit bijvoorbeeld bij reclame te gebruiken...
In 1947 verscheen het boek "Dialektik der Aufklärung", geschreven door Horkheimer, Adorno, Tiedemann, waarin het fascisme een protestbeweging tegen de moderne tijd met een manier van doen die modern was wordt genoemd: het hele proces van de Entlösung was een bureaucratische machine.
Zie Beheersing 3
| Dooyeweerd: | Het logisch (analytisch) aspect van de menselijke denkfunctie wordt geplaatst in een gegenstandsrelatie met een van de niet-logische aspecten |
De wetenschap wordt gekenmerkt door het logische aspect en dit wordt gezet tegenover het andere aspect van de werkelijkheid van waaruit wordt bestudeerd (de gegenstandsrelatie). In de wetenschap heerst het dogma "subject bestudeert object" maar volgens Dooyeweerd kan dit niet zomaar: niet-logische aspecten kunnen niet zomaar omgezet worden in logisch aspect: er is alleen een synthese mogelijk door overstijging (in geloof). In de wetenschap wordt die synthese bepaald door een van de poten in de gegenstandsrelatie en wordt dit tot -isme.
Volgende bijeenkomst: 17 januari 2002 om 14:00h
Lezen: Hfdst. I & II van "Gelovend denken, Inleiding tot een christelijke filosofie" door René van Woudenberg (ISBN 90-6064-785-8 (Buijten & Schipperheijn); ISBN 90-242-6927-X (Kok))
Tekst en inhoud door Jan-Willem Dijkshoorn
Layout door Theo van Klaveren
De auteurs zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina's.
Commentaar over deze pagina's: E-mail naar Jan-Willem.