Zesde college

Heidegger is een technofoob: hij zoekt het oorspronkelijke in de kunst.

Donna Haraway is een Amerikaanse post-moderne feministische techniekfilosoof. Voor haar is identiteit van een persoon zelfuitleg: het geheel van verhalen en overtuigingen die ik over/aan mij vertel. Dit geldt voor alles: kennis is interpretatie. Wat doen hedendaagse technologieën met het zelfbeeld van de mens? Ze heeft een politieke bedoeling: het mensbeeld is volgens haar gekleurd door ideologieën als naturalisme en dat vindt zij onderdrukkend.

Het belangrijke mensbeeld in de geschiedenis is dat van animal (bezield wezen) rationale (rationeel). Daarmee bepaal èn beperk je dat beeld: het sluit namelijk bijvoorbeeld de eigen lichamelijkheid, geseksueerdheid, emotionaliteit uit. Dat rationele is, zo betoogt Haraway, typisch masculien: zij spreekt over het huwelijk als delfts, hij ingenieur en rustig, zij een geëmotioneerd gevoelsmens. Dit sluit bijvoorbeeld ‘primitieve’ volken uit. En als de basis van een filosofie is dat de mens een animal rationale is, dan is alles wat niet rationeel is niet natuurlijk. Haraway gaat daartegen tekeer. De techniek is haar bondgenoot daarin. Millennia lang is de filosofie uitgegaan van het begrip ‘mens’ en het zoeken van het zuivere wezen daarvan. In de loop van de tijd is dat beïnvloed door de techniek: denk aan een cyborg, zoals de ratten uit het experiment in de jaren zestig waarbij ze aangesloten waren op een osmotische pomp die hun spijsvertering overnam.

Het woord cybernetics komt ook van het griekse kubernèsis, wat stuurkunst betekent: een cyborg is een mens waarin een deel machine is geworden, functies zijn overgenomen door technische stukjes. De grens tussen lichaam en machine vervaagt op deze manier, met vullingen, een plastic hartklep, een kunstheup, enzovoort. Volgens Marvin Minsky zal ook de geest uiteindelijk er niet aan ontkomen met nanotechnologische artefacten. We kennen ook nog externe machines die functies overnemen als de hart-longmachine en het nierdyaliseapparaat als feiten, maar er is nog veel fictie die als toekomstvisie fungeert: daar richt het onderzoek zich ook op (vaak heeft het wel een hoog Chriet Titulaer-gehalte).
ChimeraNaast de twee aspecten feit en fictie is er voor Haraway nog een derde: die van het “model”. Het huidige bestaan van de mens is al zo ingebed in de technologie dat de mens en techniek al samen in deze wereld staan (bijvoorbeeld de trein). De kennistechnologie is dan eigenlijk een contradictio in terminis. De grenzen van wat we natuur noemen en wat artificieel (met het oorspronkelijke als gegevene en het technische als ingrijpmiddel) worden verward. Cyborgs worden door Haraway gethematiseerd als monsters of Chimairai (zeemeerminnen, centaurs, sphinxen).

Zeemeermin
 

Centaur

Sphinx

Monsters uit mythen zijn ook vaak samengesteld en gekoppeld aan geweld, maar monsters demonstreren de 21e-eeuwse ideeën.

Er is dus grensverwarring/contaminatie. Techno-science verlegt fundamentele grenzen, bijvoorbeeld die tussen dier en mens. In de Middeleeuwen waren die fundamentele verschillen heel uitgesproken, ze waren filosofisch, naturalistisch of theologisch van aard (ratio, moraliteit, instinctief tegenover vrijheid, de mens als beeld van God). In de evolutiebiologie zie je geen grenzen, in zaken als xenotransplantatie zelfs een overschrijding.
Je ziet een opheffen van de scheiding tussen bijvoorbeeld
mens en machine  
lichaam en geest neuropsychologie
Die grenzen vervagen vaak bewust. Denk aan de Turingmachine: wanneer is deze intelligent te noemen; of denk aan oncomouse™, een creatie waar Dupont de Nemours een patent op heeft.
Oncomouse™

Een zuivere pure oorsprong begint te vervagen naar een bepaald soort ontologie Ontologie is het zijn in de trant van ... zijn, iets zijn; materieel zijn = materialisme, één zijn = monisme, constructie zijn = Haraway’s -isme. Het is het inwisselen van de cartesiaanse dagdromer van maître et possesseur de la nature voor het constructie-zijn; dit geeft ook een geweldige autonomie aan de mens: de mens is constructeur. Veel andere ontologieën verdwijnen hiermee: alle ‘natuurlijke’ zijn (maar ook het tegennatuurlijke zijn van de gekken en de duivel en het bovennatuurlijke zijn van God).
Als iets construeerbaar is, dan kun je het ook herscheppen. Bij oude ontologieën kon dat niet zomaar: het zijn was daar niet alleen maar dat iets is maar dat het ook zo behoort te zijn; bij reconstructie valt dat weg. De contingentie speelt een belangrijke rol: het had ook anders kunnen zijn. Als dat zo is dan is de geschiedenis alleen maar een interpretatie van het gebeurde: anything goes zoals Paul Faber dan zegt, omdat de oorspronkelijke verhalen weg zijn: er is geen ‘genesis’ meer. Een bepaalde denkwijze over de cyborg kan niet meer, namelijk de ‘archeologie-teleologie’: het doel bestaat uit de terugkeer naar de oorsprong.
archeo logie- teleo logie
begin spreken
over
(laatste
doel)
spreken
over
archè logos telos logos

In de filosofie spreekt Aristoteles over kennis: dingen die van nature het eerst zijn, worden als laatste gekend, zo is zijn stelling. Dit is nu terug te zien in de fundamentele wetenschap, met zaken als de Grand Unifying Theory. In de theologie zie je ook vanuit het paradijs via de zondeval een omtrekkende beweging naar de oorsprong. In het algemene spreken heeft men het over vervreemding: als een mens ‘niet zichzelf’ is. Volgens Haraway is die denkbeweging aan het corroderen omdat de archè wegvalt.

In de jaren ‘70 en ’80 deed de Leidse criminoloog Willem Buikhuizen onderzoek naar biologische factoren voor criminaliteit: de man werd compleet afgebrand, omdat iedereen denkt vanuit wat de mens nu is in plaats van hoe het komt dat de mens zo is.

Er is een verwarring en een inflatie van begrippen: als je kijkt naar de huidige begrip van het woord natuur dan valt alles daaronder, inclusief vervuiler en fabriek.

Tot vrij kort geleden sprak men over het natuurlijk recht en het normatieve zijn van het geschapene; in haar boek “Simians, Cyborgs and Women: The Reinvention of nature” noemt Haraway dit een constructie. Wat wegvalt in deze conceptualiteit van (re)construeren is het oorsprongverhaal en het oorspronkelijkheidsverhaal.
Een oorsprongverhaal is een discours dat universele geldigheid vereist (wetenschappelijk of religieus). Dat verdwijnt omdat het contingent blijkt: de mens is een toevallige constructie die door de mens als constructeur kan worden aangepast. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk zegt dat nurture niet werkt om goede mensen te maken en roept op tot genetische manipulatie. Oorspronkelijkheid houdt in een integriteit van het individu tegenover begrippen als vervreemding. Als er niet zoiets als een is, dan is er ook geen vervreemding.

Het naturalisme is een uitsluitingsstrategie en het Cartesiaans mensbeeld stelt dat de mens van nature (dus het behoort ook zo) maïtre et possesseur de la nature, een nogal masculiene benadering. Wat wij natuurvolken noemen hebben de natuur niet tot hun knecht gemaakt. De mens is autonoom bezittend en constructeur; uitgesloten hiervan zijn “women of colour” en outsiders (in ieder geval ideologisch-politiek gezien). Denk hierbij bijvoorbeeld aan Bush die Irak aanvalt en spreekt over misdadigers: “Let them know american(!) justice.”.
De enige die aan het Cartesiaans mensbeeld kan voldoen is een soort van cyborg, maar die heeft dat hele pakket van oorsprong en oorspronkelijkheid niet: een cyborg is dan zelf weer een outsider.

Back


Tekst en inhoud door Jan-Willem Dijkshoorn
Layout door Theo van Klaveren
De auteurs zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina's.
Commentaar over deze pagina's: E-mail naar Jan-Willem.