A.P. Bos begon uit te leggen dat Geboeid door Plato, de titel van zijn onlangs verschenen boek, dubbelzinnig bedoeld is. De lezer is namelijk van mening dat het christendom om de wapenrusting die de bijbel is nog het glinsterend pantser van de platonische filosofie heeft aangetrokken. Dit is voor een groot gedeelte te wijten aan de grote waardering die Augustinus had voor de platonische traditie; Augustinus was namelijk mede naar aanleiding van de filosofie van Plato bekeerd.
Er zijn tegenwoordig mensen die het bestuderen van Plato nutteloos vinden, omdat hij zich niet bezighield met hedendaagse vragen. De lezer bestrijdt deze denkwijze, door te stellen dat men in het verleden zich met vragen bezig heeft gehouden die nu nog steeds relevant zijn. Tevens roept bestudering van het verleden vragen op. Een voorbeeld is de vraag of wij tegenwoordig, zoals Augustinus, nog steeds Platonist zijn en in hoeverre heeft dit invloed op je geloof. Dit leidt de lezer tot de kernvraag: waarom had het christendom in zijn begindagen, zo’n grote impact op de samenleving, terwijl de invloed op de heersende platonische filosofie nagenoeg nihil is geweest? Sterker, het christendom heeft veel van de heidense filosofie overgenomen.
De lezer ziet hier een parallel met het verdwijnen van de christelijke identiteit van de, in naam, christelijke Nederlandse universiteiten. De schijn kan ontstaan dat, als je gelooft, je niet rationeel kan denken, en dientengevolge als je rationeel denkt niet meer zal kunnen geloven. Pascal heeft goed gezien dat de god waar de filosofen over redeneren iets heel anders is dan de persoonlijke God zoals Hij zich openbaart in de bijbel: "Niet de god der filosofen, maar de God van Abraham, Isaäk en Jacob". Had Pascal deze zinsnede niet op een papier in de zoom genaaid? Er zijn er die vinden dat het christendom zijn Joodse wortels moet hervinden, anderen zoals W. Aalders menen in de lijn van Augustinus door te moeten gaan. In zijn boek Plato en het christendom dat Jezus heeft volbracht wat Plato bedoelde.
De lezer weerspreekt deze mening en waarschuwt ervoor. De wortel van alle kwaad is in zijn essentie, volgens Bos, vergoddelijking van iets dat niet goddelijk is. Indien het geloof zo’n door en door rationele religie was, waarom bekeerden de platonische filosofen van Augustinus' tijd zich dan niet massaal? Waarom waren er dan zelfs onder hen die zich expliciet tegen het christelijk geloof uitspraken? In zijn latere geschriften heeft Augustinus zich deze vraag ook gesteld. Calvijn, die zich vaak, in zijn strijd tegen de vercorrumpeerde kerk van Rome, beriep op Augustinus, vond ook dat Augustinus zich wat te vaak Platonist betoonde. Ook Dooijeweerd bekritiseert de vermenging van het christendom en heidense filosofie – hij noemt dit halfslachtig. Zoals de heidenen rondom Israël de vruchtbaarheid van God losmaakten, door die te vereren als Baäl, de stier, wordt in de Griekse filosofietraditie de menselijke rede onafhankelijk van God gedacht. Plato's ideeënwereld, slechts te bereiken met rationeel nadenken, is de eeuwige, onveranderlijke en zelfs goddelijke werkelijkheid. De alledaagse werkelijkheid is slechts een onvolkomen afspiegeling van Plato's `hemel' (Plato werkt deze gedachtegang uit in zijn parabel van de grot). Echter, indien wij geschapen zijn, ons denken dan niet? Dit is de vergoddelijking van het intellect, dat wij geschapen zijn, maar ons intellect. God zelf wordt voorgesteld als intellect, wetenschapsbeoefening wordt zodoende buitenproportionele waarde toegekend.
Hoewel de lezer de prestaties van Augustinus en Calvijn zeker niet wil bagatelliseren - hij zou niet durven - toch moet het hem van het hart dat de Wereld van Sophie een heel andere is als die van Saraï. Plato gaf aan zijn, op zich nuttige, ontdekkingen de verkeerde betekenis, zoals twee millennia later Columbus, op zijn geheel eigen wijze, hetzelfde zal doen.
Wetenschap heeft de pretentie objectief en onbevooroordeeld betekenis aan de werkelijkheid te geven, het geloof doet dit ook maar dan vanuit de Openbaring. Mensen als Kuitert menen dat theologen aan de eisen van wetenschap moeten voldoen; zij moeten zich schikken naar de gangbare opvattingen over wetenschap. Dan vindt de lezer de mening van Philipse nog beter te verteren, die, die in zijn Atheïstisch Manifest stelt dat uitgaande van een atheïstische wetenschapsconceptie theologische faculteiten geen subsidie zouden moeten krijgen. Een ander voorbeeld van de toepassing van wetenschap is Slavenburg, die zegt dat moderne wetenschap aantoont dat er oudere evangeliën bestaan dan die zijn opgenomen in de bijbel, zoals het Thomas-evangelie; het Nieuwe Testament geeft volgens hem een vertekening van de historische persoon Jezus Christus. Dit is een voorbeeld van wetenschap die niet in een geloofstraditie staat.
Deze lezing riep uiteraard menige vraag op onder het geïnteresseerde publiek, leest u maar mee.
- Zo kwam de vraag naar voren of filosofie en wetenschap tegenover het christendom staat. De lezer benadrukte dat een christen geen wetenschap hoeft te bedrijven om te geloven, iets wat Augustinus wel denkt. Een wetenschapper is niet verhevener bezig dan eerste de beste bakker of boer. Wetenschap staat derhalve niet tegenover geloof - wetenschap wordt in onze beschaving wel overgewaardeerd.
- Is het niet zo dat Plato de ambachtsman het hoogste acht en niet de denker?
Plato stelt God, als schepper, weliswaar voor als ambachtsman, maar ook slechts in de hoedanigheid als schepper. In Plato's schets van de ideale samenleving, Politeia, zegt hij ondubbelzinnig dat ambachtslui ondergeschikt moeten zijn aan de filosofen die de bestuurders zijn. Socrates kon, zoals Plato hem beschreef, na een nacht discussiëren en slempen verder gaan met zijn dagelijkse werkzaamheden, terwijl zijn discussiegenoten hun roes lagen uit te slapen. Dit laat zien dat de filosoof volgens Plato een hoger soort mens is.
- Wat is de invloed van Plato nu nog in de kerk?
De hiernamaalsverwachting is volgens Bos sterk beïnvloedt door Plato. Als de Heidelbergse Catechismus spreekt over de ziel die na de dood bij God is, is dit een zienswijze die is gekleurd door Plato's definitie van de ziel en niet door het oudtestamentische idee van de ziel.
- Is het niet zo dat Plato `het goede' vergoddelijkt in plaats van de rede?
Plato zegt dat de mens zich te houden heeft aan bepaalde normen. Deze normen zijn te ontdekken door de rede, maar Plato maakt nooit concreet wat deze normen zijn. Als voorbeeld dat de rede niet altijd leidt tot goede normen, zijn de recente uitlatingen van de cultuurfilosoof Rietdijk. Die huldigt de opvatting dat gehandicapte mensen minderwaardig zijn en gedood kunnen worden als dat in het belang is van gezonde mensen, waarmee het gedachtegoed van de eugenetica weer terug van weggeweest is.
Hét dispuut,
Namens deze,
Jeroen Rakhorst
Rian Schmits
Tekst en inhoud door Jan-Willem Dijkshoorn
Layout door Theo van Klaveren
De auteurs zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina's.
Commentaar over deze pagina's: E-mail naar Jan-Willem.