De Onbewogen Beweger is een van de vele titels die God in de loop van de geschiedenis heeft verworven. Dat de Here alomtegenwoordig is, hoeft hier niet betoogd te worden. Zeker niet nu Zijn biografie net verschenen is. Overigens honderd jaar te laat, nadat Nietzsche Zarathoesthra profetisch liet zeggen "dat God dood is". Maar wat is honderd jaar op een eeuwigheid? Rabin's biografie lag krap twee weken nadat hij vermoord was in iedere zichzelf respecterende boekhandel.
Legio filosofen hebben getracht de twijfel aan Zijn existentie voor eens en voor altijd uit te roeien, met een averechts resultaat, zo lijkt het. Ook de vrolijke filosoof Nietzsche was blijkbaar de mening toegedaan dat de Heer der Heren wel degelijk geleefd heeft. Helaas heeft Nietzsche geen bewijs geleverd voor Gods bestaan, wat nog aardig proza had kunnen opleveren.
Geheel in overeenstemming met de democratische traditie van de oude Grieken geeft Plato een bewijs voor het bestaan van goden `e consensu gentium' (uit de eensgezindheid van de volkeren, `de meeste stemmen gelden'). "Alle Grieken en barbaren zijn van mening dat er goden bestaan," mede omdat "de jaargetijden zo schoon geregeld zijn". Vreemd is het te bemerken dat ook de Romeinen, met toch een iets minder democratische inslag, dezelfde mening zijn toegedaan. Anno Domini 1996 zou een referendum over de vraag naar Zijn aanwezigheid wel eens in het nadeel van de Almachtige kunnen uitvallen.
Een Perfecte Gloeilamp
Het duurt duizend jaar voordat de volgende serieuze poging ondernomen wordt om
de existentie van Onze Vader zeker te stellen; door Sint Anselmus van
Canterbury deze keer, in de donkerste dagen van de Middeleeuwen. Het
ontologisch godsbewijs, zoals het bewijs van Anselmus de geschiedenis is
ingegaan, kent vele volgelingen zoals Descartes, Spinoza en in de moderne tijd
Malcolm, een leerling van Wittgenstein. De essentie van het bewijs is dat het
bestaan van God afgeleid wordt uit het begrip dat wij van Hem hebben.
Hij is almachtig, alwetend, oneindig goed, perfect et cetera. In tegenstelling
tot een bewijs op basis van de godservaring, zoals het voornoemde bewijs van
Plato.
Het bewijs verloopt in drie stappen, die samen één geheel vormen
(waar komt dat deja-vu gevoel toch vandaan?). Hij, wiens naam onuitspreekbaar
is, is het grootste [lees: meest verhevene] denkbare wezen, is de eerste
premisse van het argument. De tweede aanname van Sint Anselmus is de volgende:
een wezen dat gedacht kan worden als bestaand is groter dan eenzelfde
wezen dat gedacht kan worden als niet-bestaand. "Zo zijt Gij dus in
waarheid, Heer, mijn God, dat men niet kan denken, dat Gij niet zijt; en
terecht," concludeert Anselmus. Het is dus inherent aan de perfectie van God
dat Hij bestaat. Analoog hieraan loopt het bewijs dat uit het Idee van
een perfecte gloeilamp volgt dat deze ook bestaat. Godzijdank, mijn lieve
lezer, U bent niet zo naïef (lezers uit Eindhoven zijn bij deze
geëxcuseerd).
Als wij toevalligerwijs aan Hem denken, voegt Spinoza daar terecht aan toe. Met
andere woorden: denkend aan de Here, zie ik dat Hij noodzakelijkerwijs bestaat,
maar wie verplicht mij aan Hem te denken? Volgens Spinoza ligt dat in de aard
van het beestje; het idee van God is aangeboren.
Kan God zelfmoord plegen?
Een eleganter bewijs is dat van Thomas van Aquino, dat teruggrijpt naar
Aristoteles en vooruitwijst naar Newton. "Alles evenwel, dat wordt bewogen,
wordt door iets anders bewogen," vat Thomas (de enige filosoof die stelselmatig
bij zijn voornaam genoemd wordt) de nog uit te vinden fysica samen. Het moge
duidelijk zijn dat deze premisse een oneindige regressie oplevert die nodig
gestopt dient te worden; en door wie anders dan de Schepper, de Onbewogen
Beweger. De kosmos kan zichzelf niet geschapen hebben, noch in stand houden
maar gelukkig biedt de Koning der Heerlijkheid een uitkomst in deze. Dit is het
kosmologisch godsbewijs.
De vraag naar de Eerste Oorzaak van dingen en bewegingen is van alle tijden.
Volgens Richard Swinburne is God het meest waarschijnlijke antwoord, waartoe
hij besluit na 291 bladzijden Bayesiaanse kansberekening. Onze Vader in de
Hemel is de simpelste hypothese die onze religieuze ervaringen, het bestaan en
de ordelijkheid van het universum en onze eigen miraculeuze existentie
verklaart.
Nietzsche verwierp de metafysische vraag naar de eerste oorzaak en verkondigde
daarom dat God dood was. Aangezien Hij almachtig is moet er sprake zijn geweest
van tragische zelfmoord. Maar wat voor reden heeft een oneindig goede persoon
om zelfmoord te plegen? Spijt van Zijn daden ligt niet voor de hand in het
geval van de Alwetende. Die alwetendheid van de Onuitsprekelijke is bovendien
in tegenspraak met de vrije wil waar wij mensen zo op gesteld zijn. Immers, al
wat Hij weet dat gaat gebeuren, zal ook noodzakelijkerwijs gebeuren en kan dus
niet uit vrije wil geschieden. Zijn almacht is ook niet zonder problemen, want
wie heeft zich nooit tijdens een avond in de kroeg afgevraagd of de Almachtige
een steen kon maken die Hij niet zou kunnen tillen?
Uit: Spiegeloog 225
Terug naar Grote filosofen
Terug naar Wetenschappelijke wereldbeelden
Home
Tekst en inhoud door Ingmar Visser
Layout door Theo van Klaveren
De auteurs zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze pagina's.
Commentaar over deze pagina's: E-mail naar Jan-Willem.